Waarom ik mijn kinderen huidskleurneutraal opvoed

‘Ik ben voor de zwarten!’ riep mijn zoontje vanaf de bank. Ondanks de onhandige tijden, proberen mijn zesjarige zoon en ik elke avond een stukje mee te pakken van de WK-wedstrijden. Wat te laat wordt, bekijken we de volgende ochtend in de samenvatting. Wat een prachtige tijd is dit voor ouders en kinderen die houden van het meest bekende spelletje ter wereld! Maar, als u zich stiekem al een alinea lang afvraagt voor wie mijn zoontje nu eigenlijk juichte, dan is dit stukje voor u bestemd.
Toen mijn kleine kereltje die woorden sprak, speelde Noorwegen tegen Senegal. De tenues van beide teams waren geweldig. Tenminste, als je nog een zwart-wit-televisie hebt en bijna geen wedstrijd normaal kunt volgen. Senegal speelde in het spierwit en Noorwegen droeg gitzwarte tenues. Voor volwassenen kan daar een zekere ironie of satire in zitten. Volken die bekend staan om hun uitgesproken donkere dan wel bleke huidskleur, speelden in een contrasterende tint die een stuk beter overeenkwam met de huidskleur van hun tegenstanders. Is het een vorm van onderhuids racisme om daar überhaupt bij stil te staan? Ik denk dat het meer te maken heeft met het hebben van twee ogen en tikkeltje fantasie en humor.
Toch voelde het als een overwinning dat mijn zoon met ‘de zwarten’ doelde op het bleke Noorse team. Allereerst omdat ik hem goed genoeg ken om te weten dat hij die voorkeur niet baseerde op zijn eigen bleke huid, maar op zijn inschatting dat de Noren waarschijnlijk gingen winnen (en dat deden ze). Maar mijn hart juichte vooral omdat zijn eerste ingeving over de kleuren van de kleding ging. Wat heerlijk dat een kind nog zo kan denken! Dit heb ik eerder bij hem gemerkt en ik beschouw het, mogelijk onterecht, als loon naar werken. Bij ons thuis verwijzen we namelijk nooit naar iemand op basis van diens huidskleur, tenzij het niet anders kan.
Conditionering
Overdreven? Onnozel? Wat als ik hem, bewust of onbewust, had geconditioneerd met huidskleur als de meest voor de hand liggende tool om naar mensen te verwijzen? Er valt veel voor te zeggen om zoiets onschuldig of zelfs neutraal te noemen, omdat het niet per se wordt gebruikt met kwade intenties. Maar in een wereld waarin mensen zo vaak worden ingedeeld op basis van dat ene kenmerk, in plaats van de brede waaier aan ‘identiteiten’ die ieder van ons in zich draagt, voelt het niet goed om daarin mee te blijven gaan. Tijd voor een nieuw idee!
Zelf ben ik wel zo opgegroeid. Ik denk terug aan een gesprek dat ik als tiener met een klasgenoot voerde. Ik opperde dat je nooit iemand moest 'pakken op z'n huidskleur'. De klasgenoot vond dat juist de ultieme mogelijkheid om iemand ‘te pakken op z’n zwakte’. We waren niet ouder dan dertien. En hoewel ik altijd weerstand bood tegen dat extreme gebruik van huidskleuren, is het wel in mijn lijf gaan zitten om mensen als het ware in mijn geheugen op te slaan met hun huidskleur als één van de voornaamste kernwoorden.
Misschien is het gewoon onvermijdelijk. Zoals gezegd, we hebben ogen en we hoeven elkanders huidsleur niet ten koste van alles te ontkennen of omzeilen. Dan zou je de baby met het badwater weggooien. Maar hoe mooi zou het zijn als we allemaal naar de wereld keken door de ogen van een jongetje van zes, dat nog niet op het idee is gebracht om naar mensen te verwijzen door hun huidskleur hardop uit te spreken? Als de weg vooruit bestaat, is dit toch de invoegstrook?
Spierwit en gitzwart
Er zit misschien nog een zwakke schakel in mijn redenering. ‘Zwart’ is ook maar een aangeleerde duiding. Een kind vindt het misschien niet logisch om mensen zwart te noemen terwijl ze eigenlijk (donker)bruin zijn. Daar ben ik het mee eens! Maar het punt is dat mijn zoon überhaupt geen huidskleur noemde, terwijl zijn geconditioneerde vader nog moest nadenken of hij doelde op de kleur van het polyester of het vlees. Precies omdat ik dát in mezelf betreur, probeer ik het bij mijn kinderen over een andere boeg te gooien.
Het probleem met de hedendaagse huidskleurtaal is dat het bijna letterlijk zo divers is als een zwart-wittelevisie. Zwart en wit zijn extreme termen, die extreem denken oproepen. Vrijwel niemand is echt zwart of wit. De absolute meerderheid bevindt zich ergens daartussen. Toch moeten we volgens het woke-denken vrijwel iedereen omschrijven met de extremiteiten van het kleurenspectrum. Alles wat er tussenin valt mag bruin worden genoemd, maar daar houdt het echt op.
Mensen mogen hun eigen kleur ook niet meer kiezen. Blank zou racistisch zijn, omdat het slaat op schoonheid of reinheid. Maar al zou dat zo zijn, waarom is het erg? Bovenaan dit stuk sprak ik over ‘spierwit’ en ‘gitzwart’. De vergelijking met een kale spier is niet al te complimenteus, maar 'gitzwart' verwijst naar een diepzwarte siersteen. Mag dat ook niet meer binnen de context van huidskleuren?
Het is niet dat ik tegen het benoemen ben. Dat zou onwerkbaar en naïef zijn. Maar als ik ervoor kan zorgen dat mijn kinderen niet het allereerst aan huidskleur denken bij het omschrijven van een medemens, ben ik een gelukkig man. En als het dan toch moet, mogen ze van mij zelf kiezen of ze een blanke ‘wit-roze’ of ‘wit’ noemen en of ze naar iemand met een donkere huidskleur verwijzen als zwart, bruin of gekleurd. Als ze maar leren dat andere kenmerken veel bepalender zijn voor je wereldbeeld en je taal. Al was het maar zodat ze het later bij hun vader aan z'n verstand kunnen peuteren.





