Chris Develing • 28 september 2025
Chris Develing over opgroeien zonder vader, geloof en meer

Dit jaar mocht ik een interview geven aan het steeds populairder wordende YouTube kanaal 'Christendom'. Het werd een getuigenis, waarin ik sprak over het opgroeien zonder vader, mijn latere geloof in Christus en maatschappelijke onderwerpen zoals abortus en de impact van de islam op onze samenleving.
Bekijk het gesprek hieronder:

Inleidende samenvatting Volgens moslims leert de Koran dat omkoping verboden is (soera 2:188). Maar als we de islamitische geschriften en de meningen van islamjuristen bekijken, komen we handelingen tegen die er op z’n minst dichtbij zitten als het gaat om het overhalen van mensen naar de Islam middels geld en giften. Technisch gezien blijft het soms bij een kwalijke vorm van lobbyen met een sterk vermoeden van omkoping, maar in bepaalde theologisch onderbouwde gevallen is er zelfs sprake van daadwerkelijk smeergeld, waarbij de ontvanger beseft dat hij dit geld ontvangt in ruil voor zijn bekering naar de islam en/of het niet langer aanvallen of bekritiseren van de islam dan wel moslims. Veel moslims weten niet dat de door hun betaalde zakat voor bovenstaande doelen besteed kan worden aan niet-moslims, volgens veel door hen gerespecteerde geleerden. Andere moslims beweren dat het in deze tijd verboden is om zakat te geven aan de ongelovigen, omdat dit enkel gold tijdens het leven van Muhammad, de profeet van de islam. Hoewel er zeker geleerden zijn die deze meningen hebben, zullen we hieronder aantonen dat er zwaargewichten onder de islamitische geleerden zijn die hebben aangegeven dat zakat wel degelijk aan niet-moslims mag worden gegeven en dat dit (in deze tijd) niet is afgeschaft. Weer andere geleerden staan achter het geven van geld aan ongelovigen voor deze doelen, maar vinden dat dit uit andere bronnen moet komen dan de zakat. Al met al kan worden geconcludeerd dat het concrete verbod op omkoping in de islam voornamelijk geldt voor de rechtspraak (het omkopen van een rechter of een getuige) terwijl het overhalen naar de islam, door mensen giften te geven, niet wordt beschouwd als omkoping. Echter, wanneer we kijken naar verhalen over de Quraish en hun poging om Muhammad te laten stoppen met het beledigen van hun goden, draaien islamitische geleerden en organisaties er niet omheen: dat was een poging tot omkoping. Wij zullen de behandeling van dit onderwerp langs een aantal stappen opbouwen: Islamitische bronnen: giften aan “mannen van eminentie” The National Zakat Foundation (NZF) Enkele tafsirs (exegeses) omtrent dit fenomeen Zijn er fuqaha (islamitische juristen) die dit hebben bevestigd? Omkoping? Hedendaagse voorbeelden Conclusies ֎ Islamitische bronnen: giften aan “mannen van eminentie” Koran De Koran schrijft acht categorieën voor van mensen die in aanmerking komen voor het ontvangen van zakat, de verplichte aalmoes van 2,5 procent van het vermogen die moslims dienen te betalen: “Voorwaar, de zakat is slechts voor de armen en de behoeftigen en de werkenden (aan de inzameling ervan) en de Moe’allaf en voor (het vrijkopen) van de slaven, en de schuldenaren en om (uit te geven) op de Weg van Allah en voor de reiziger (zonder proviand), als een plicht tegenover Allah. En Allah is Alwetend, Alwijs.” (Soera 9 vers 60, Siregar vertaling) In deze vertaling wordt het woord zakat gebruikt, terwijl het Arabisch spreekt van sadaqat, hetgeen synoniem staat voor zakat. Vandaag de dag staat sadaqah meestal voor niet-verplichte donaties ten bate van bedelaars en armen, maar binnen in de Koran in de vroege islam was er qua betekenis geen verschil met zakat. Er bestaat dan ook geen meningsverschil over de doctrine dat bovenstaande vers over zakat spreekt. [1] Opvallend is dat het woord Moe’allaf niet door Siregar wordt vertaald. Deze vertaler doet dit vaker, maar zet in zo’n geval normaliter een toelichting in de voetnoot. In dit geval ontbreekt deze uitleg. Het valt ook op dat de Arabische term niet volledig wordt weergegeven, aangezien de oorspronkelijke tekst van de Koran spreekt over “Al Moe’allafati qulubuhum”. Als we de Koranvertaling van professor J.H. Kramers erbij pakken, wordt wel duidelijk wat deze Arabische term betekent: “… en wier harten geneigd zijn gemaakt …”, schrijft Kramer in de Ayah. In de voetnoot verklaart hij deze term verder met de uitleg: “Opdat zij moslim zullen worden”. De uitleg van Kramers zet ons direct op het spoor van een handeling waarbij niet-moslims geld krijgen uit de zakat met als doel dat zij moslim worden. Hadith De Koran is hierin consistent met de overleveringen over het leven van Muhammad (hadith). In Sahih Bukhari lezen we bijvoorbeeld dat Muhammad een stuk goud verdeelde over vier niet-moslims die Muhammads leger hadden bijgestaan. De Quraish en Ansar stammen werden hier boos om, waarop Muhammad uitlegde waarom hij deze mensen zoveel goud gaf: “Ik geef hen om hun harten aan te trekken (tot de islam).” [2] Tarikh (historiografie) Ook in de Tarikh van Al Tabari lezen we dit terug: “De Boodschapper van God gaf giften aan hen wiens harten verzoend dienden te worden (al mu’alaffa qulubuhum), die mannen waren van een bepaalde status, om met hen te verzoenen en hun harten voor zich te winnen.” [3] Meteen na dit citaat volgt een lijst met tientallen namen van “bepaalde mannen van eminentie” die Muhammad ieder een aantal kamelen gaf, variërend van 100 tot 50 tot enkele. De vertaler van Al Tabari verwijst middels een voetnoot bij de term “al mu’alaffa qulubuhum” naar soera Taubah (9) vers 60 van de Koran voor de theologische onderbouwing van deze handelingen. Sirat (biografie van Muhammad) Ditzelfde verhaal is ook terug te vinden in de vroegste biografie van het leven van Muhammad: Sirat Rasul Allah door Ibn Ishaq: “De Apostel gaf giften aan zij wiens harten moesten worden gewonnen, met name de leiders van het leger, om hen voor zich te winnen en via hen hun volkeren.” [4] Het doel lijkt hier te zijn om geld of goederen te geven aan mannen van hoge status, ongeacht hun mate van rijkdom, zodat zij moslim worden en daarmee hun hele stam erbij. We zullen verderop lezen dat de islamjuristen van weleer dit dikwijls bevestigen. In het werk van moslimgeleerde Al-Qaradawi vinden we bovendien referenties naar overleveringen uit Nayl al Awtar en Tafsir Al Tabari die niet alleen doen vermoeden dat er sprake is van omkoping maar het onomstotelijk bewijzen: “Nooit werd de Boodschapper van Allah (p) iets gevraagd voor het accepteren van de islam zonder dat hij het gaf. Er kwam eens een man die vroeg iets te krijgen voor het aannemen van de Islam. De Boodschapper gaf het bevel dat hij genoeg schapen kreeg om de afstand te vullen tussen twee heuvels, vanuit de schapen die werden geïnd als sadaqah. De man ging terug naar zijn clan en zei: ‘O mijn volk, accepteer de Islam, want Muhammad geeft als iemand die geen armoede vreest.’” “Ibn ‘Abbas heeft overgeleverd dat sommige mensen naar de Profeet kwamen die, als ze van de sadaqat kregen, de Islam prezen en het een goede religie zouden noemen, maar zo niet, zouden kwaadspreken over de Islam.” [5] ֎ The National Zakat Foundation (NZF) Nu het theologisch kader vanuit de tijd van Muhammad is neergezet, lijkt het goed om eens te kijken naar een praktische invulling. Later gaan we enkele tafsirs (exegeses) en juristen uit verschillende eeuwen bekijken, maar we beginnen met een hedendaagse video van the National Zakat Foundation (NZF). Deze organisatie collecteert zakat van moslims en zorgt ervoor dat deze wordt uitgegeven volgens de Islamitische richtlijnen. In de video spreekt de veelgeprezen imam Zaid Shakir, die zijn B.A. in Islamic Studies verkreeg aan de Syrische Abu Noor universiteit en onder meer een master heeft in politieke wetenschappen. Bij een breder publiek is hij wellicht beter bekend als de imam die de begrafenisdienst van bokser Muhammad Ali mocht leiden. [6] Vanaf 4:30 minuten legt Shakir uit wie er allemaal zakat mogen ontvangen. Hij besteedt veruit de meeste aandacht aan de categorie die in dit artikel wordt behandeld: de muallafati qulubuhum (zij wiens harten verzoend moeten worden). Shakir verdeeld deze onder in drie subcategorieën: Mensen waarvan verwacht wordt dat ze na het ontvangen van het geld moslim worden. Mensen die aanvallend zijn tegen de islam, in de verwachting dat zij hiermee stoppen. Mensen die kort geleden bekeerd zijn, om hun islam te versterken. We zien dat twee van de drie subcategorieën volgens Imam Shakir niet-moslims betreft. De eerste subcategorie legt hij als volgt uit: “Misschien zijn deze mensen aan het nadenken over de Islam, ze twijfelen, en dan komt daar the National Zakat Foundation of een soortgelijke organisatie die zegt: ‘Weet u, als moslimgemeenschap hebben we een regeling die zakat heet en dat is geld dat wordt gegeven aan mensen die aan het nadenken zijn over Islam…’ en bam, … ‘- Wow, Islam is goed. Het boeit me niet wat ik gisteren in dat tijdschrift las, deze mensen zijn goede mensen. Ik ga moslim worden.” (vanaf 5:48) Omdat Zaid Shakir in zijn hypothetische beschrijving al laat zien dat de ontvanger op de hoogte is van de intentie (het geven aan mensen die nog twijfelen over de islam) lijkt het te gaan om omkoping. We zullen verderop zien dat sommige geleerden van weleer ook een transactie beschrijven die duidt op omkoping, al zullen ze dit zelf natuurlijk nooit zo labelen. Ook imam Shakir legt dit fenomeen natuurlijk uit als een stukje liefdadigheid, wat het tot op zekere hoogte ook is. Maar de intentie is duidelijk iets anders. Wat deze intentie is, blijkt tevens uit zijn uitspraak van even daarvoor: “Als er aan hen wordt besteed, is het de verwachting dat dit hen binnen de islam zal duwen.” (4:42). Imak Shakir legt vervolgens uit dat het niet correct is om te veronderstellen dat deze categorie inmiddels is vervallen: “Imam Shafi’i en Malik waren van mening dat deze subcategorie niet meer gold wanneer de islam eenmaal was gevestigd. Maar in onze tijd, nu dat de islam zelfs in moslimlanden heel wankel is … zeggen velen van onze geleerden dat deze subcategorie weer geopend is.” (vanaf 6:25). ֎ Enkele tafsirs (exegeses) omtrent dit fenomeen We nemen een kijkje in de tafsir-literatuur (exegese) van de soennitische islam. Ibn Kathir Ibn Kathir wordt beschouwd als één van de meest gerenommeerde onder de mufasirun (schrijvers van tafsir). In zijn tafsir schreef hij over soera 9 vers 60 onder meer het volgende: “Er zijn verschillende typen van Al-Mu’allafatu Qulubuhum. Er zijn mensen die aalmoezen worden gegeven om de islam te aanvaarden.” Ibn Kathir citeert ook een bekende overlevering, die onder andere is te vinden in Sahih Muslim : “…en Allah’s Boodschapper (vrede zij met hem) gaf honderd kamelen aan Safwan b. Umayya. Hij gaf weer honderd kamelen en toen gaf hij hem wederom honderd kamelen. Sa’id b. Musayyib zei dat Safwan hem vertelde: (Bij Allah) Allah’s Boodschapper (vrede zij met hem) gaf me wat hij me gaf (en mijn gemoedstoestand op dat moment was dusdanig) dat hij in mijn ogen de meest gehate persoon onder de mensen was. Maar hij bleef geven totdat hij inmiddels voor mij de meest geliefde onder de mensen is.” [7] Wederom blijkt dat deze categorie van giftontvangers onder andere niet-moslims betreft, hoewel we verderop de bevestiging zullen krijgen dat het ook kan gaan om recente bekeerlingen, met als doel dat zij sterk blijven in het geloof of dat hun soortgenoten, landgenoten, et cetera ook geneigd worden om de islam te aanvaarden. Maududi Sayid Abul Ala Maududi is een twintigste-eeuwse islamjurist uit India. In zijn tafsir , Tafheem al Quran, schreef hij het volgende over dit fenomeen: “Een deel van de zakat mag ook gegeven worden om mensen voor de Islam te winnen die wellicht bezig zijn met anti-islamitische activiteiten, of zij uit het kamp van de ongelovigen die wellicht zover gebracht kunnen worden dat zij de moslims helpen, of nieuwe bekeerlingen die wellicht geneigd zijn terug te vallen naar ongeloof als er geen financiële hulp aan hen werd gegeven. Het is toegestaan om uitkeringen of grote sommen geld te verstrekken zodat zij helpers van de Islam worden, of onderdanen ervan, of om hen op z’n minst te kunnen maken tot onschadelijke vijanden. Een deel van de buit, of andere bronnen van inkomen, mogen aan hen worden besteed en, indien nodig, ook een deel van de Zakaat bronnen. In die gevallen zijn de voorwaarden van armoede of behoeftigheid tevens opgeheven; sterker nog, zij kunnen zelfs rijke mensen zijn of leiders die normaal gesproken niet in aanmerking komen voor enig deel van de Zakaat bronnen.” Zoals we dat gewend zijn van Maududi is hij erg duidelijk. Mensen die bezig zijn met anti-islamactiviteiten kunnen geld ontvangen, met als doel dat zij deze activiteiten staken. Hierbij kan worden opgemerkt dat lezers deze subcategorie invullen op een manier die afhangt van hun persoonlijke insteek. Moslims zullen hier mogelijk denken aan iemand die liegt over de islam en de religie probeert te kleineren. In de praktijk zien we echter dat de mensen die een dergelijk stempel krijgen dikwijls oprechte kritiek hebben op de islam en dat hun mening veel moslims onwelgevallig is. Het lijkt daarom plausibel om te veronderstellen dat Maududi beweert dat er onder andere geld kan gaan naar mensen die de gemiddelde mens beschouwt als islamcritici. Verderop in het artikel zullen we hier een praktijkvoorbeeld van laten zien, hetgeen zeldzaam is, omdat dergelijke praktijken logischerwijs niet vaak openlijk zullen voorkomen. Met betrekking tot de terechte vraag of dit wel echt omkoping is en niet slechts een kwalijke vorm van lobbyen: het is onwaarschijnlijk dat bij een dergelijke overdracht van fondsen niet aan de ontvanger duidelijk wordt gemaakt dat hij dit geld krijgt op voorwaarde dat hij de activiteiten staakt. Maar, eerlijkheidshalve moeten we hier een kleine slag om de arm houden, mede vanwege de door Ibn Kathir aangehaalde overlevering uit Sahih Muslim. [8] Strikt genomen staat de mogelijkheid hier nog open dat iemand geld ontvangt zonder te begrijpen wat het doel van deze gift is. In zo’n geval hopen de moslims dat de ontvanger geraakt wordt door hun liefdadigheid en vervolgens zijn motivatie verliest om de islam te “bestoken” met kritiek. Echter, de intentie van de gevende partij staat vast en is bedoeld om iemand om te kopen. Als de ontvangende partij zelf niet doorhad dat hij werd omgekocht, pleit dit alleen hem zelf vrij maar niet de gevende partij. Bovendien geldt deze slag om de arm slechts voor situaties waarin gegeven wordt vanuit een bepaalde verwachting zonder dat er gesproken wordt over de eventuele intenties van de ontvanger. Maar, zoals gezegd, blijkt uit andere overleveringen dat Muhammad giften gaf aan mensen die glashelder maakten dat ze iets wilden hebben voor hun bekering [9] en voor het positief spreken over de islam. [10] Deze overleveringen zullen verderop nogmaals worden geciteerd en behandeld, wanneer we aankomen bij het islamitische jurisprudentiewerk ‘Fiqh al Zakah’ van Al-Qaradawi. ֎ Zijn er fuqaha (islamitische juristen) die dit hebben bevestigd? We zijn aangekomen bij misschien wel het belangrijkste onderdeel: de juristen. Het interpreteren van Koranpassages en ahadith blijft immers vaak een onderwerp van controverse, doordat moslimapologeten blijven beweren dat men een verkeerde, ongeleerde interpretatie hanteert. Wanneer we echter naar de eindconclusies gaan van prominente juristen binnen de fiqh literatuur, ontstaat er een punt waarop de discussie kan worden beëindigd. Dat gezeged hebbende: het is voor onszelf van ondergeschikt belang wat de fuqaha hiervan hebben gezegd, aangezien deze literatuur dikwijls bolstaat van de niet-onderbouwde innovatie. Maar er zijn nu eenmaal veel moslims die deze geleerden zeer hoog aanslaan en (groten)deels afgaan op hun mening. Ibn Rushd De islamitische Maliki faqih (islamitische jurist) Ibn Rushd leefde in de 12e eeuw na Christus. In zijn toonaangevende werk Bidayat Al-Mujtahid schreef hij over d dfinitie van deze groep van zakatontvangers dat het gaat om “…mensen die worden aangespoord en aangemoedigd om zich te houden aan de islam”. Op dezelfde pagina gaat Ibn Rushd wat dieper in op enkele meningsverschillen over de vraag of het recht van deze doelgroep nog steeds bestond in zijn tijd: “Bestaat het recht van de mu’allafat qulubuhum nog steeds tot de dag van vandaag? Malik zei dat die mensen er vandaag niet meer zijn. Al-Shafi en Abu Hanifa waren van mening dat het recht van de mu’allafat qulubuhum nog wel voort bestaat tot de dag van vandaag als de imam deze legitiem acht, en zij zijn de mensen die worden bewogen en aangemoedigd om de Islam te volgen. De reden voor hun meningsverschil is gelegen in de vraag of het een recht is dat specifiek gold voor de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) of dat het in het algemeen beschikbaar was voor de rest van de umma. De schijnbare betekenis is dat het een algemeen recht is maar dat het aan de imam is om het onder alle omstandigheden te gebruiken of alleen in bepaalde situaties en niet in andere, dat wil zeggen, in een hoedanigheid van zwakte en niet in die van kracht . Het is om deze reden dat Malik zei dat er vandaag geen behoefte aan is vanwege de kracht van de Islam.” [11] Bij Ibn Rushd vinden we de crux van het probleem bij moslims die beweren dat niet-moslims geen geld (meer) mogen ontvangen om ze naar de islam toe te trekken. Enkele grote juristen uit eerdere eeuwen stelden namelijk vast dat deze categorie van zakatontvangers niet van toepassing was voor de tijd waarin zij leefden. Ibn Rushd, die zelf ook leefde in een periode van islamitische macht, legt uit dat de juristen schreven vanuit hun eigen tijd waarin de islam sterk was en de lakens kon uitdelen. Maar wanneer de Islam zwak is, wordt deze categorie weer geopend, zoals ook imam Shakir al uitlegde in de video van the National Zakat Foundation. We zien hier dezelfde twee gezichten richting ongelovigen die we vaker zien wanneer we de geleerden van de islam raadplegen: vriendelijkheid in tijden van zwakte, maar een terugtrekkende hand wanneer de islam zijn doel van dominantie heeft bereikt. [12] Verderop kunt u lezen dat meer prominente juristen dit mechanisme hebben bevestigd. Al-Qaradawi, die uiteindelijk gelooft dat de verzoening van harten in alle tijden nodig kan zijn, geeft hieromtrent een overlevering die hij aantrof bij Al Kasani, waarin Umar, een van de metgezellen van Muhammad, een document verscheurt waarin staat dat bepaalde mensen geld zouden (blijven) krijgen ter verzoening van hun harten. Umar zou hebben gezegd: “Het klopt dat de Boodschapper van Allah (p) jullie gaf om jullie te verzoenen met de Islam, maar vandaag de dag heeft Allah zijn religie versterkt. Als je bij de islam blijft (dan is alles goed) maar als je dat niet doet, dan is er niets tussen ons behalve het zwaard.” [13] Los van de zoveelste bevestiging dat afvalligen te maken krijgen met het zwaard, laat dit ook zien dat de islam haar “liefdadigheid” richting ongelovigen en recente bekeerlingen loslaat op het moment dat het doel van macht is bereikt. We hoeven de lezer niet uit te leggen dat dit veel zegt over de motivaties voor het bieden van “liefdadigheid”. Want er is altijd behoefte aan liefdadigheid. Maar volgens deze tekst wordt dit aan bepaalde mensen alleen gegeven wanneer de islam hier beter van wordt en dus niet vanuit de motivatie om simpelweg goede daden te verrichten. De vraag rijst dan ook of de veelgehoorde claim, dat de Islam een bekerende religie is, wel recht doet aan de realiteit, gelet op de mening dat bepaalde toenaderingen richting ongelovigen na verloop van tijd op een laag pitje komen te staan of zelfs helemaal verdwijnen. Ook de veelgehoorde claim dat mensen na een gewogen studie bekeren naar de islam, wordt door bovenstaande ontkracht. Het laatste duwtje mag namelijk worden gegeven middels het aanreiken van een vuist vol geld. Al-Mawardi Al-Mawardi was een elfde-eeuwse Shafi’i jurist die nog steeds als een van de zwaargewichten geldt. Ook hij schreef over deze categorie zakatontvangers. Volgens hem vallen zij in vier subcategorieën: Zij die dichterbij gebracht worden zodat zij de moslims helpen Zij die dichterbij gebracht worden zodat zij zich onthouden van het schaden van moslims Zij die dichterbij gebracht worden vanwege hun begeerte voor de Islam Zij die dichterbij gebracht worden om de begeerte voor de islam te stimuleren in hun volk en familie Al-Mawardi bevestigt in zijn werk Al-Ahkam As-Sultaniyyah, The Laws of Islamic Governance, ook dat er met deze vier intenties geld mag worden gegeven aan niet-moslims. Hij was echter wel van mening dat zij dit niet mogen ontvangen vanuit de zakat, maar vanuit de fay (geweldloos overgenomen buit) of de ghaneemah (met geweld van de onderworpen volken afgenomen buit). [14] Al-Nawawi Al-Nawawi was een dertiende-eeuwse Shafi’i jurist. Ook hij bevestigt een aantal zaken: “Mensen die geneigd zijn tot de Islam en wat hulp nodig hebben om zichzelf openlijk tot bekeerling te verklaren; of degene wiens sociale positie hoop geeft voor de bekering van andere ongelovigen.” [15] Salih al Fawzan Salih al Fawzan is een hedendaagse Hanbali jurist en tevens salafist. Hij wordt over het algemeen gezien als de meest wijze islamgeleerde van Saudi-Arabië. In zijn werk over islamitische jurisprudentie staat het volgende: “De vierde categorie betreft zij die zakah wordt gegeven om hun harten samen te brengen voor de islam. Deze mensen vallen uiteen in twee subcategorieën: ongelovigen en moslims. De ongelovige wordt van de zakah gegeven als er van hem kan worden verwacht dat hij de islam aanvaart, zodat hij gewilliger wordt om de islam te aanvaarden. Een ongelovige mag ook van de zakah gegeven worden om zijn kwaad tegen moslims te stoppen. De moslim kan zakah ontvangen om zijn geloof te versterken of om zijn gelijken van de niet-moslims de islam te doen aanvaarden, of voor enige andere legitieme en wettige redenen die de moslims goed doet. Zulke mensen dienen alleen te krijgen wanneer dit noodzakelijk is, want ‘Umar Ibnul-Khattab, ‘Uthman Ibn ‘Affan en ‘Ali Ibn Abu Talib (moge Allah met hen tevreden zijn) stopten met het geven van zakah toen er geen noodzaak meer voor was.” [16] Al-Qaradawi Al-Qaradawi is een hedendaagse soenitische geleerde die wordt gezien als een van de grootste autoriteiten op gebied van islamitische jurisprudentie (fiqh). Bovendien is zijn boek ‘Fiqh al Zakah’ volgens velen het meest complete boek over de derde verplichte zuil van de islam. Aan het begin van dit hoofdstuk gaven we al aan dat wij de werken van fuqaha aanhalen om de moslims die deze mensen hoog aanslaan te overtuigen, terwijl de islamitische bronnen voor ons al duidelijk genoeg zijn. Al-Qaradawi is wat ons betreft een geleerde die op dit punt teruggaat naar die islamitische bronnen en daarmee alle innovaties (zoals de vermeende afschaffing van deze categorie zakatontvangers) weerlegt. In zijn boek is een uitgebreid hoofdstuk gewijd aan de verzoening van de harten vanuit de opbrengsten van de zakat of andere fondsen. Al-Qaradawi weerlegt hierin de meningen van bepaalde geleerden, die zeiden dat het geven aan deze categorie is afgeschaft sinds de dood van Muhammad of sinds zijn opvolgers zijn gestopt met het geven aan deze mensen. [17] Volgens Al-Qaradawi is het onmogelijk dat een gebod van Allah wordt afgeschaft door een metgezel. [18] Wel laat hij enige ruimte voor het idee dat deze categorie in tijden van islamitische kracht vervalt, om vervolgens weer te worden heropend in tijden van zwakte, [19] al lijkt hij ook met deze visie moeite te hebben. [20] Hij vindt namelijk dat er in iedere tijd redenen kunnen zijn om zakat uit te geven ter verzoening van harten, maar dat de islamitische staat dit als eerste bepaalt. Wanneer de islamitische staat ontbreekt, of haar taak op dit punt niet uitvoert, kunnen islamitische organisaties deze taak op zich nemen. Al-Qaradawi vindt het onverstandig wanneer individuele moslims deze categorie mensen geld geven, ook als de islamitische staat én islamitische organisaties deze taak laten liggen. [21] Volgens Al-Qaradawi zijn er zeven subcategorieën [22] binnen deze categorie van zakatontvangers: Mensen die dichtbij hun bekering naar de Islam zijn Mensen die de moslims kunnen schaden en hiermee stoppen na het ontvangen van geld Mensen die pas bekeerd zijn, om hun islam sterk te maken Prominente moslims wiens status gerespecteerd wordt door niet-moslims, in de hoop dat zij de islam zullen aannemen Moslimleiders met een zwak geloof, in de hoop dat zij hun invloed voor de Islam gebruiken Moslims die rond de grens van moslimlanden wonen, waarvan verwacht wordt dat zij het moslimland verdedigen tegen aanvallen van vijanden Moslims wiens invloed nodig is bij het proces van het collecteren van zakat, zodat zij potentiële rebellen kunnen overhalen tot het betalen van zakat, om toekomstig geweld te voorkomen Al-Qaradawis behandeling van de meningsverschillen Volgens Al-Qaradawi zei Al-Shafi’i (eponiem van de Shafi’i wetschool) dat nieuwkomers binnen de islam wel onder deze categorie zakat ontvangers vallen, maar dat ongelovigen niet uit de zakat mogen krijgen, aangezien Muhammad de ongelovigen gaf vanuit de fay (buit) en niet de zakat. Ook de beroemde mufasir en Shafi’i jurist Al Razi, die op zijn beurt weer Al Wahidi zou citeren, was volgens Al-Qaradawi van mening dat er zeker wel gegeven mag worden aan ongelovigen, met het doel hen naar de islam te brengen, maar dat dit niet uit de zakat mag komen. Hierop reageert Al-Qaradawi onder andere door vast te stellen dat bijvoorbeeld de mufasir Qatadah ibn Di’ama al-Sadusi zei dat deze categorie vaak heidense bedoeïenen betrof die Muhammad gaf vanuit de zakat om ze tot het geloof te brengen. [23] Ook verderop zullen we voorbeelden zien waarin Muhammad ongelovigen gaf vanuit de zakat. Al-Qaradawi vertelt verder dat de Maliki jurist Al Qurtubi schreef dat “zakat geven aan ongelovigen om ze naar de islam te brengen een vorm van jihad is.” [24] Volgens Al-Qaradawi geloofden Ahmad ibn Hanbal (eponiem van de Hanbali wetschool) en zijn discipelen dat de regels omtrent het verzoenen van harten permanent zijn. Dit zou ook de positie zijn geweest van Maliki jurist Abu Bakr ibn al-Arabi, die volgens Al-Qaradawi het volgende toevoegde: “Als de Islam sterk wordt, vervalt deze groep ontvangers, maar als zij nodig zijn, mogen zij hun deel krijgen, zoals ook de Boodschapper van God (p) hen gaf”. Ook de reeds genoemde Al-Nawawi wordt door Al-Qaradawi aangehaald. Al-Nawawi zou in zijn werk de geleerde Al Hasan als volgt hebben geciteerd: “Vandaag moet er geen verzoening van de harten zijn vanuit de zakat.” Al Sha’bi zou verder gegaan zijn, door te schrijven dat zij wiens harten worden verzoend een groep was ten tijde van Muhammad die verviel toen Abu Bakr de leiding nam. [25] Al Nawawi zou vervolgens Al Shafi’i als volgt hebben geciteerd: “Als ongelovigen worden verzoend, dan moeten zij alleen uit de fay worden betaald en niet uit de zakat, aangezien zakat niet gegeven mag worden aan niet-moslims.” Al-Shafi’i zou ook hebben gezegd dat deze groep niets meer krijgt zodra de islamitische staat sterk is. [26] Wat betreft de Malikieten, zo schrijft Al-Qaradawi, bestaan er onder hen twee opinies, waarvan de ene wel en de ander niet toestaat dat deze groep zakat ontvangt. Hanafi’s zouden geloven dat er sinds de dood van Muhammad niet meer gegeven moet worden voor verzoening. Hij verwijst hiervoor naar Kasani, die dit laatste de correctie positie noemde omdat de metgezellen hierover unaniem zouden zijn. Iets wat Al-Qaradawi vervolgens zegt te kunnen weerleggen middels onder meer het eerder genoemde feit dat de metgezellen niets uit de Koran kunnen afschaffen. Al-Qaradawi legt uit: De geleerden van usul bevestigen dat de afhankelijkheid die een wet van een gedefinieerd element heeft, een indicatie is dat dit element de oorzaak is van de wet: “Het spenderen van de zakah hangt in dit geval af van de noodzaak voor de verzoening van harten. Dit betekent dat verzoening de oorzaak van de betaling is.” [27] Het kan dus zijn dat wanneer er geen behoefte is aan verzoening van de harten, de stap van Umar weer kan worden gezet. Dit zou immers ook gebeuren wanneer een andere categorie, bijvoorbeeld de zakat medewerkers, niet betaald krijgen als er op een bepaald moment geen werkers zijn. Dit betekent niet dat de categorie is afgeschaft maar dat deze tijdelijk is opgeheven, aldus Al-Qaradawi. Sterker nog, Al-Qaradawi is van mening dat er nooit een ijma (consensus) bestond over afschaffing van deze door Allah voorgeschreven categorie: “Umar heeft de betaling aan individuen wiens harten worden verzoend niet afgeschaft, noch was er ooit een ijma over een dergelijke afschaffing”. [28] Hij licht dit verder toe door te wijzen op het feit dat een wet van Allah alleen kan worden afgeschaft door een openbaring aan diens boodschapper, hetgeen dan ook zou moeten plaatsvinden tijdens het leven van Muhammad. Daarna is afschaffing alleen mogelijk wanneer twee authentieke teksten in de Koran of Soenna totaal in tegenstrijd met elkaar zijn en waarvan men weet dat de ene later is geopenbaard dan de andere, aldus Al-Qaradawi. [29] Kan deze categorie tijdelijk worden opgeschort? Nu Al-Qaradawi heeft uitgelegd waarom het niet is afgeschaft, richt hij zich op enkele geleerden die hebben gezegd dat de noodzaak van de verzoening van de harten tijdelijk kan worden opgeschort. Hierbij moet opgemerkt worden dat Al-Qaradawi in de eerdere citaten kennelijk ten behoeve van de discussie instemde met deze positie, omwille van zijn weerlegging van het standpunt dat het definitief door de opvolgers van Muhammad zou zijn afgeschaft. Al-Qaradawi noemt het een incorrecte aanname dat verzoening alleen plaats zou vinden als de moslimstaat zwak is: “Dit is een onnodige restrictie en een onrealistische aanname”. [30] Hij citeert hiervoor uit de tafsir van Al Tabari, [31] die het volgende zou hebben geschreven: “Allah zorgt ervoor dat de zakah twee doelen vervult, namelijk het verzadigen van de behoeften van moslims en het verstevigen van het streven van de islam. Het streven van de islam betreft de rijken en de armen, aangezien wat hiervoor gegeven wordt niet is gericht op het uitwissen van armoede, maar op het verstevigen van de inzet voor islam. Vechters voor het pad van Allah wordt zakah gegeven ongeacht of ze arm zijn of rijk. De betaling aan zij wiens harten worden verzoend, wordt gedaan ongeacht hun welvaart, omdat het wordt gegeven om de roep naar de islam te ondersteunen. De Profeet (p) gaf zakah voor verzoening van harten nadat Allah het grootste deel van Arabië voor hem had geopend en nadat de islamitische staat goed en wel was gevestigd. Er is geen steun binnen de Soenna voor zij die claimen dat er geen nood meer is voor verzoening van harten na de versteviging van islam en zijn staat.” [32] Naast de uitleg van Al-Qaradawi omtrent de applicatie van deze richtlijn in alle tijden, bevestigt hij tevens iets dat al bleek uit andere bronnen en citaten: de “liefdadigheid” heeft niets te maken met het welzijn van de ontvangende partij, maar betreft uitsluitend de behoeften van de moslims en de islam. ֎ Omkoping? We hebben al gezien dat sommige islamitische geleerden het standpunt innamen dat de liefdadigheid richting zij wiens harten verzoend worden slechts wordt ingegeven door de behoefte hieraan vanuit de islam of de moslimgemeenschap. Dit maakt dat het geen oprechte liefdadigheid is, maar slechts een middel om islamitische invloed te vergroten. Dat het kwalijk is om geld aan mensen te geven met de intentie om ze naar de islam te trekken of hun islamkritiek te neutraliseren, is glashelder. Of er ook sprake is van daadwerkelijke omkoping kan afhangen van de situatie. We zagen al in de hypothetische schets van Zaid Shakir dat het aan de ontvanger duidelijk wordt gemaakt dat het geld gegeven wordt omdat ze weten dat hij of zij openstaat voor de islam en nog twijfelt om toe te treden tot de religie. Bij het aannemen van het geld zal de ontvanger zich dus laten beïnvloeden tot het aannemen van een nieuw geloof dankzij een financiële prikkel, vaak afkomstig uit de verplichte zakat die moslims betalen. Ook in het geval waarin de ontvanger een islamcriticus is, zou men redelijkerwijs kunnen veronderstellen dat de intentie van de gift bekend moet zijn. Op z’n minst zal er sprake zijn van een eenzijdige poging tot omkoping, aangezien de gever zelf heel goed weet dat het doel van zijn gift is om iemand iets te laten doen (bekeren naar de islam) of laten (anti-islamactiviteiten staken). Laten we kijken of er nog duidelijkere voorbeelden zijn van omkoping om toe te treden tot de islam en neutralisering van ongelovigen. Daarbij is het goed om vast te stellen wat een islamitische definitie zou kunnen zijn van regelrechte omkoping. Het is interessant om te bekijken hoe islamitische schrijvers een dergelijke handeling interpreteren op onbewaakte momenten waarop zij niet bezig zijn met het verdedigen van de reputatie van de islam. We weten dat de islamitische geleerden en organisaties zonder moeite over omkoping spreken [33] wanneer het gaat om de beroemde poging van de Quraish om Muhammad te laten stoppen met zijn belediging en ridiculisering van hun geloof en leefwijze. [34] Dat is niet zo vreemd, aangezien het hierbij gaat om een onverbloemde poging om Muhammad geld te geven in ruil voor het achterwege laten van bepaalde acties. In ‘Fiqh al Zakah’ van Al-Qaradawi, wordt een tweetal overleveringen aangehaald uit het leven van Muhammad, waarin hetzelfde mechanisme zich voordoet. Het enige verschil is dat het initiatief komt van de ontvangende partij, maar zo’n constructie verandert niets aan het feit dat het omkoping betreft: “De tweede groep betreffen zij die de moslims kunnen schaden, waarvan het geven van zakah hen doet stoppen de moslims te schaden. Ibn ‘Abbas heeft overgeleverd dat bepaalde mensen naar de Profeet kwamen die, als ze van de sadaqat kregen, de Islam zouden prijzen en het een goede religie zouden noemen, maar zo niet, dan zouden ze kwaadspreken over de Islam.” [35] Opvallend is hier dat Al-Qaradawi een overlevering met betrekking tot het schaden van de islam toepast op het schaden van moslims. Hieruit kan worden afgeleid dat beide soorten van schade volgens hem synoniemen van elkaar kunnen zijn. Het feit dat Al-Qaradawi bovenstaande, door Ibn ‘Abbas overgeleverde, narratief aanhaalt bij zijn uitleg over het ontvangen van zakat geeft al aan dat Muhammad dit geld ook daadwerkelijk gaf. Hier zou de oplettende lezer nog kunnen opmerken dat deze transactie meer wegheeft van chantage, aangezien de ontvanger dreigt te zullen kwaadspreken als hij het geld niet krijgt. Ook hier laat de algemene toepassing van Al-Qaradawi echter zien dat er geld mag naar mensen die de moslims kunnen schaden, waarbij niet wordt gespecificeerd dat het moet gaan om mensen die zelf komen met het verzoek iets te ontvangen. Immers, het gaat Al-Qaradawi om het actief geven aan zij die de moslims kunnen schaden. Nergens maakt hij duidelijk dat het moet gaan om niet-moslims die zelf komen met dit idee. Dat is begrijpelijk, want anders zouden mensen voortdurend misbruik kunnen maken van een dergelijke regeling. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat Muhammad geld zou geven uit angst dat iemand zou kwaadspreken over de islam. Veel aannemelijker is dat Muhammad zulke mensen gaf vanuit pragmatische redenen, namelijk om de (politieke) invloed van de (politieke) islam te vergroten. Maar, mocht bovenstaande toch nog reden zijn voor een uitweg, dan is er nog een duidelijker voorbeeld uit een, eveneens door Al-Qaradawi genoemde, overlevering: “Nooit werd de Boodschapper van Allah (p) iets gevraagd voor het accepteren van de islam zonder dat hij het gaf. Er kwam eens een man die vroeg iets te krijgen voor het aannemen van de Islam. De Boodschapper gaf het bevel dat hij genoeg schapen kreeg om de afstand te vullen tussen twee heuvels, vanuit de schapen die werden geïnd als sadaqah. De man ging terug naar zijn clan en zei: ‘O mijn volk, accepteer de Islam, want Muhammad geeft als iemand die geen armoede vreest.’” [36] In deze twee overleveringen staat onomstotelijk vast dat beide partijen op de hoogte waren van het doel van de transactie. De ontvanger vroeg aan de gever (Muhammad) om iets te krijgen in ruil voor zijn acceptatie van de Islam. In beide gevallen krijgt iemand geld voor het doen en/of laten van bepaalde zaken. Dit is dé definitie van omkoping: “De misdaad van het geven van geld of iets anders van waarde, vaak op illegale wijze, om iemand over te halen om iets te doen wat jij wilt. “ [37] ֎ Hedendaagse voorbeelden Misschien kent u hedendaagse voorbeelden van deze praktijken in uw eigen omgeving. Denk bijvoorbeeld aan mensen die net moslim zijn geworden en opeens dure reisjes kunnen maken naar moslimlanden, om van daaruit promotie te maken voor de islam richting bepaalde Westerse media. Of denk aan mensen die juist veel kritiek op de islam hadden maar dit opeens staakten en zelfs positief over de islam begonnen te spreken. Denk ook aan journalisten die zonder enige kritische houding spreken over de pracht en praal van de islam. Wanneer u in zo’n geval bewijzen heeft van een financiële transactie kunt u ons dit laten weten. Stoppen met islamkritiek In de praktijk zien we in elk geval dat het voor is gekomen dat islamcritici een aanbod kregen om te stoppen met hun activiteiten in ruil voor een hoop geld. Een medewerker van the Qura’nic Da’wah Center International (QDCI) liet in 2012 op Facebook zelfs openlijk aan een christen weten dat er een aanbod klaarlag om 50.000 roepies per maand te krijgen als deze de islam zou accepteren en voor hen zou komen werken ( zie foto ). Er wordt hem nog even medegedeeld dat hij tenslotte uit een arm christelijk gezin komt. De christen wees het aanbod resoluut af, maar het aanbod is in lijn met wat Imam Zaid Shakir al vertelde in de video van the National Zakat Foundation: vaak zijn het arme mensen die je dichter bij de islam kunt brengen met giften. Hoewel het hier strikt genomen gaat om een baanaanbod, blijft het een financiële prikkel waarvan gehoopt wordt dat het de christen beweegt tot het inzetten van zijn debatvaardigheden voor de islam. Wij hebben persoonlijk contact gezocht met QDCI in Pakistan. Een vertegenwoordiger en docent gaf aan deze persoon te kennen en dat deze onder hem gestudeerd heeft, maar dat hij hem al jaren niet heeft gezien. Ook gaf de vertegenwoordiger aan dat de strekking van zijn Facebookcommentaar volgens de Islam niet acceptabel is. Uiteraard verwachtten wij geen erkenning van dit fenomeen, maar het gesprek heeft zeker een meerwaarde gehad voor het vaststellen van de autenticiteit van het Facebookbericht, aangezien deze persoon volgens de vertegenwoordiger van QDCI echt bestaat en in die tijd werkzaam was voor de organisatie. En zo zijn er meer gevallen bekend waarbij moslimorganisaties verdacht werden van het ronduit omkopen van mensen, zodat zij bekeren naar de islam. In 2014 was er een geval in Maleisië , waarbij een islamitisch goed doel hiervan werd verdacht. Het is niet bekend of de aantijgingen kloppen. De organisatie heeft het ontkend. Ook in India is tenminste één geval bekend waarbij journalisten het vermoeden hadden dat arme Hindoes geld kregen ter bevordering van hun overstap naar de Islam. Het moge duidelijk zijn dat zulke gevallen zelden de openbaarheid halen. De theologische onderbouwing voor zulke handelingen is in elk geval sterk te noemen. Massamedia Het valt ons al jaren op dat bepaalde mainstreammedia opvallend positief spreken over de islam. Op zichzelf is dit natuurlijk niet verdacht, aangezien dit hun oprechte mening kan zijn. Maar wanneer er structureel wordt gesproken met de meest intellectueel onoprechte standpunten, [38] die ook nog regelrecht uit een dawahboekje lijken te komen, kun je een vermoeden krijgen van omkoping. Wellicht is het dan ook geen toeval dat een dergelijke vorm van omkoping vanuit de islam kan worden uitgevoerd. Dit is in elk geval de mening van Al-Qaradawi: “Het kan ook gegeven worden ter ondersteuning van onderzoek en om massamedia te gebruiken die de religie van islam doceert en haar doelen verdedigt tegen aanvallers.” [39] ֎ Conclusies De eerste vraag was of mensen kunnen worden betaald om moslim te worden. Het antwoord is “ja”, aangezien Muhammad rijkelijk spendeerde aan niet-gelovige mannen. Hij deed dit naar eigen zeggen om hun harten te verzoenen met de islam. Deze terminologie vinden we terug in soera Taubah (9) van de Koran, daar waar de rechtmatige ontvangers van de zakat worden opgesomd. Een tweede vraag was of ongelovigen ook geld konden krijgen om hun “kwaadsprekerij” te kunnen stoppen. Ook dit wordt bevestigend beantwoord door het feit dat Muhammad zulke mannen soms goederen gaf om te voorkomen dat zij kwaad zouden spreken van de Islam, waarbij het voor beide partijen helder moet zijn geweest dat er sprake is van omkoping. Op onbewaakte momenten spreken de geleerden van de islam ook over omkoping wanneer zij schrijven over de Quraish en hun poging om Muhammad over te halen tot het staken van zijn anti-Quraish activiteiten. We hebben gezien dat de Koran en de Soenna veel prominente geleerden hebben doen concluderen dat er vanuit de zakat mag worden gegeven aan ongelovige (zelfs rijke) mensen. Dit onder andere in de hoop dat zij: 1. tot de islam bekeren, 2. hun soortgenoten meekrijgen naar de islam, 3. stoppen met hun anti-islampraktijken of hun aanvallen richting moslims. Welke van deze varianten het ook betreft, we hebben kunnen zien dat er volgens bepaalde prominente geleerden altijd een reden kan worden gevonden om dit geld op zo’n manier te verstrekken dat de ontvangende partij begrijpt dat er een tegenprestatie van hem wordt verwacht. Ook hebben we vanuit de vergelijkende studies van Ibn Rushd en Al-Qaradawi gezien dat er nooit een ijma (consensus) bestond met betrekking tot de afschaffing van het geven ter verzoening van harten. Hoewel moslims zeggen dat de Koran in soera al Baqarah(2) vers 188 een verbod legt op alle vormen van omkoping, zien we vanuit de tafsir (exegese) dat het hier om een specifieke juridische omstandigheid gaat, waarin iemand ten onrechte ontkent een lening te hebben genomen terwijl er niets zwart-op-wit-staat. [40] De Koran veroordeeld het wanneer een persoon willens en wetens leeft van geleend geld, maar toch zijn “gelijk” probeert te halen bij een rechter. Echter, wanneer het gaat om de verspreiding van de islam zijn er richtlijnen waarmee mensen geld kan worden gegeven om ze onder andere te brengen tot het aannemen van de islam of het staken van kritiek op deze religie. Eindnoten [1] Al-Qaradawi, Yusuf; ‘Fiqh al Zakah’; Volume I, vertaald door Monzer Kafh; ‘Scientific Publishing Centre King Abdulaziz University, Jeddah, Kingdom of Saudi-Arabia (2000), p. xl [2] Sahih al Bukhari, boek 55 hadith 558; zie ook dr. Muhammad Mushin Khan; The Translation of the Meaning of Sahih al-Bukhari, Volume 4, p. 339 [3] Tabari, History of al-Tabari, volume 9, vertaling van Ismail K. Poonawala, p. 31 [4] Ibn Ishaq, Sirat Rasul Allah – The Life of Muhammad, vertaling van A. Guillaume, p. 594 [5] Al-Qaradawi, Volume II, p. 33-34 [6] https://themuslim500.com/profiles/imam-zaid-shakir/ [7] Sahih Muslim, volume 6 boek 43, hadith 2313, vertaald door Nasiruddin al-Khattab; Darussalam 2007 ( online referentie ) [8] Ibid. [9] Al-Qaradawi, Volume II, p. 33 [10] Ibid, p. 34 [11] Ibn Rushd, Bidayat Al-Mujtahid, Volume 1, vertaald door professor Imran Ahsan Khan Nyazee, p. 320 [12] Deo Volente NL; ‘Islamcheck: vernederende omgangsvormen met andersgelovigen of pragmatisme in oorlogstijd?’: (“Wanneer de moslims echter als minderheid in een niet-islamitisch land wonen, mogen ze niet-moslims wel het midden van de weg geven en hen zelfs als eerste groeten, om zo het grotere belang van de islamitische minderheid te dienen.”) [13] Al-Qaradawi, Volume II, p. 36 [14] Al-Mawardi, Al-Ahkam As-Sultaniyyah, The Laws of Islamic Governance, vertaling Asadullah Yate PhD, p. 181 [15] Al-Nawawi, Minhaj et Talibin; a manual of Muhammadan law according to the school of Shafi, vertaald door L.W.C. van den Berg en E.C. Howard, p. 277 [16] Al-Fawzan, Salih, Dr.; ‘A Summary of Islamic Jurisprudence, Volume I, special Edition for Al-Daawah Foundation’; Al-Maiman Publishing House, Saudi Arabia; p. 363 [17] Al-Qaradawi, Volume II, p. 36 [18] Ibid, p. 37 (“Needless to say, the sayings and doings of a Companion cannot annul Qur’anic-texts…”) [19] Ibid, p. 39 (“If weakness is a reason for distribution towards reconciling hearts, it exists today.”) [20] Ibid, p. 39 (“There is no support in Sunnah for those who claim that after the strengthening of Islam and its state there is no need for reconciling hearts.”) [21] Ibid, p. 39 [22] Ibid, p. 33 [23] Ibid, p. 35 [24] Ibid, p. 35 [25] Ibid, p. 35 [26] Ibid, p. 36 [27] Ibid, p. 36 [28] Ibid, p. 37 [29] Ibid, p. 37 [30] Ibid, p. 38 [31] Tafsir al Tabari, ed. Shakir, Vol. 14, p. 316 [32] Al-Qaradawi, Volume II, p. 39 [33] Safi-ur-Rahman al-Mubarkpuri, geleerde: https://aboutislam.net/shariah/prophet-muhammad/quraish-negotiates-prophet-story/ ; zie ook: https://www.infinitelight.org/detailed-biography/905-an-attempt-to-bribe.html , https://www.rafed.net/en/index.php?option=com_content&view=article&id=13804:the-quraysh-try-to-bribe-the-holy-prophet&catid=79:history&Itemid=1033 en https://islamicpedia.in/quresh-tried-to-bribe-prophet-muhammad-pbuh/ . [34] Sira Ibn Hisham, biography of the Prophet, vertaald door Inas A. Farid, Al-Falah Foundation, p. 48 en 50 [35] Al-Qaradawi, Volume II, p. 34 [36] Al-Qaradawi, Volume II, p. 33 [37] https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/bribery [38] Deo Volente NL; ‘Zegt de Koran: “Wie één mens doodt, doodt een hele mensheid?”; link [39] Al-Qaradawi, Volume II, p. 39 [40] https://quranx.com/tafsirs/2.188

‘Ik ben voor de zwarten!’ riep mijn zoontje vanaf de bank. Ondanks de onhandige tijden, proberen mijn zesjarige zoon en ik elke avond een stukje mee te pakken van de WK-wedstrijden. Wat te laat wordt, bekijken we de volgende ochtend in de samenvatting. Wat een prachtige tijd is dit voor ouders en kinderen die houden van het meest bekende spelletje ter wereld! Maar, als u zich stiekem al een alinea lang afvraagt voor wie mijn zoontje nu eigenlijk juichte, dan is dit stukje voor u bestemd. Toen mijn kleine kereltje die woorden sprak, speelde Noorwegen tegen Senegal. De tenues van beide teams waren geweldig. Tenminste, als je nog een zwart-wit-televisie hebt en bijna geen wedstrijd normaal kunt volgen. Senegal speelde in het spierwit en Noorwegen droeg gitzwarte tenues. Voor volwassenen kan daar een zekere ironie of satire in zitten. Volken die bekend staan om hun uitgesproken donkere dan wel bleke huidskleur, speelden in een contrasterende tint die een stuk beter overeenkwam met de huidskleur van hun tegenstanders. Is het een vorm van onderhuids racisme om daar überhaupt bij stil te staan? Ik denk dat het meer te maken heeft met het hebben van twee ogen en tikkeltje fantasie en humor. Toch voelde het als een overwinning dat mijn zoon met ‘de zwarten’ doelde op het bleke Noorse team. Allereerst omdat ik hem goed genoeg ken om te weten dat hij die voorkeur niet baseerde op zijn eigen bleke huid, maar op zijn inschatting dat de Noren waarschijnlijk gingen winnen (en dat deden ze). Maar mijn hart juichte vooral omdat zijn eerste ingeving over de kleuren van de kleding ging. Wat heerlijk dat een kind nog zo kan denken! Dit heb ik eerder bij hem gemerkt en ik beschouw het, mogelijk onterecht, als loon naar werken. Bij ons thuis verwijzen we namelijk nooit naar iemand op basis van diens huidskleur, tenzij het niet anders kan. Conditionering Overdreven? Onnozel? Wat als ik hem, bewust of onbewust, had geconditioneerd met huidskleur als de meest voor de hand liggende tool om naar mensen te verwijzen? Er valt veel voor te zeggen om zoiets onschuldig of zelfs neutraal te noemen, omdat het niet per se wordt gebruikt met kwade intenties. Maar in een wereld waarin mensen zo vaak worden ingedeeld op basis van dat ene kenmerk, in plaats van de brede waaier aan ‘identiteiten’ die ieder van ons in zich draagt, voelt het niet goed om daarin mee te blijven gaan. Tijd voor een nieuw idee! Zelf ben ik wel zo opgegroeid. Ik denk terug aan een gesprek dat ik als tiener met een klasgenoot voerde. Ik opperde dat je nooit iemand moest 'pakken op z'n huidskleur'. De klasgenoot vond dat juist de ultieme mogelijkheid om iemand ‘te pakken op z’n zwakte’. We waren niet ouder dan dertien. En hoewel ik altijd weerstand bood tegen dat extreme gebruik van huidskleuren, is het wel in mijn lijf gaan zitten om mensen als het ware in mijn geheugen op te slaan met hun huidskleur als één van de voornaamste kernwoorden. Misschien is het gewoon onvermijdelijk. Zoals gezegd, we hebben ogen en we hoeven elkanders huidsleur niet ten koste van alles te ontkennen of omzeilen. Dan zou je de baby met het badwater weggooien. Maar hoe mooi zou het zijn als we allemaal naar de wereld keken door de ogen van een jongetje van zes, dat nog niet op het idee is gebracht om naar mensen te verwijzen door hun huidskleur hardop uit te spreken? Als de weg vooruit bestaat, is dit toch de invoegstrook? Spierwit en gitzwart Er zit misschien nog een zwakke schakel in mijn redenering. ‘Zwart’ is ook maar een aangeleerde duiding. Een kind vindt het misschien niet logisch om mensen zwart te noemen terwijl ze eigenlijk (donker)bruin zijn. Daar ben ik het mee eens! Maar het punt is dat mijn zoon überhaupt geen huidskleur noemde, terwijl zijn geconditioneerde vader nog moest nadenken of hij doelde op de kleur van het polyester of het vlees. Precies omdat ik dát in mezelf betreur, probeer ik het bij mijn kinderen over een andere boeg te gooien. Het probleem met de hedendaagse huidskleurtaal is dat het bijna letterlijk zo divers is als een zwart-wittelevisie. Zwart en wit zijn extreme termen, die extreem denken oproepen. Vrijwel niemand is echt zwart of wit. De absolute meerderheid bevindt zich ergens daartussen. Toch moeten we volgens het woke-denken vrijwel iedereen omschrijven met de extremiteiten van het kleurenspectrum. Alles wat er tussenin valt mag bruin worden genoemd, maar daar houdt het echt op. Mensen mogen hun eigen kleur ook niet meer kiezen. Blank zou racistisch zijn, omdat het slaat op schoonheid of reinheid. Maar al zou dat zo zijn, waarom is het erg? Bovenaan dit stuk sprak ik over ‘spierwit’ en ‘gitzwart’. De vergelijking met een kale spier is niet al te complimenteus, maar 'gitzwart' verwijst naar een diepzwarte siersteen. Mag dat ook niet meer binnen de context van huidskleuren? Het is niet dat ik tegen het benoemen ben. Dat zou onwerkbaar en naïef zijn. Maar als ik ervoor kan zorgen dat mijn kinderen niet het allereerst aan huidskleur denken bij het omschrijven van een medemens, ben ik een gelukkig man. En als het dan toch moet, mogen ze van mij zelf kiezen of ze een blanke ‘wit-roze’ of ‘wit’ noemen en of ze naar iemand met een donkere huidskleur verwijzen als zwart, bruin of gekleurd. Als ze maar leren dat andere kenmerken veel bepalender zijn voor je wereldbeeld en je taal. Al was het maar zodat ze het later bij hun vader aan z'n verstand kunnen peuteren.

Het is niet altijd eenvoudig om te zien waarom iets populair wordt in een bepaalde tijd. Soms is er een onbewuste aantrekkingskracht tot een foto of filmpje, omdat er een snaar wordt geraakt waarvan we zelf niet goed weten waar die zit. Een recent clipje, dat tien jaar na publicatie opeens viraal ging, is misschien zo’n voorbeeld van een meme die in een nieuwe tijd symbool staat voor nieuwe sentimenten. Het gaat om een clipje uit het kinderprogramma Lauren and Hacker, waarin een jonge vrouw en een pop, Hacker de hond, met elkaar grappen en grollen. Het clipje uit 2016 betreft de uitspraak van Hacker, die op dramatische wijze tegen Lauren zegt: ‘We zijn gewoon normale mannen’, waarop Lauren lachend vraagt wat hij bedoelt. De hond herhaalt, ditmaal nog dramatischer: ‘we zijn gewoon onschuldige mannen!’ Beiden schieten vervolgens in een aanstekelijke lach. Het volledige clipje maakt meer duidelijk over de context. Lauren wil samen met de hond een leuke pose doen, om te lijken op de ‘IJssterren’ die ze daarvoor zagen. Daarop volgt de uitspraak van Hacker. De hilariteit zit in het feit dat Hacker naar Lauren én zichzelf refereert als mannen. Het clipje zonder context ging de afgelopen paar jaar regelmatig viraal. Daardoor kreeg het mogelijk een diepere onderlaag die juist in deze tijd een snaar raakt die in 2016 nog niet zo gevoelig was. Het laat zien hoe tijdgeest en maatschappelijk debat een schijnbaar willekeurige grap ineens betekenis geven. We leven immers in een tijd waarin masculiene identiteit in de westerse samenleving onder druk staat. Van het herdefiniëren van mannelijkheid tot discussies over toxische patronen. Het simpelweg ‘man-zijn’ is niet langer vanzelfsprekend. Met mijn hedendaagse oren hoorde ik een onschuld die resoneert met de onzekerheid die veel mannen ervaren over hoe ze zich moeten verhouden tot veranderende sociale normen. De aantrekkingskracht van het filmpje voelde haast helend. Alsof ik me even gezien voelde, als man die soms het gevoel krijgt zich te moeten schamen voor zijn geslacht. Door Hackers grap heen klonk een schreeuw om hulp vanuit de diepte van het collectieve onderbewustzijn van mannen. De clip werd weliswaar gemaakt zonder deze lading. Nu, in een tijd van piekende reflectie op mannelijkheid, draagt het voor mij een nieuwe betekenis. In 2026 wekt het, haast stiekem, een gevoel op van een worsteling die niet besproken mag worden en daarom alleen tussen de regels kan worden begrepen. Een pijnlijke waarheid, verpakt in humor. Maar ook een waarheid die nauwelijks de oppervlakte van het bewustzijn raakt. Sociologen spreken al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw (en volgens sommigen al veel langer) over een crisis van masculiniteit. De een noemt het een klaagzang over het aanpassen naar meer gelijkwaardige rollen voor man en vrouw. Anderen noemen het een gevolg van toxisch feminisme. Een belangrijk symptoom van deze crisis lijkt in elk geval te gaan om een verlaagd zelfvertrouwen in mannen. Zelf voel ik ook weleens terughoudendheid om mijn mannelijkheid wat instinctiever te etaleren dan de kaders die de tijdgeest oplegt. Een jongedame helpen met een “zware deur” is me bijvoorbeeld weleens op een ferme afwijzing komen te staan. Dat doet iets met je. Ook de zorgrol die steeds meer wordt verlangd van vaders, terwijl ze wel evenveel uren naar hun werk moeten, voelt in de huidige samenleving haast onbespreekbaar. Of wat dacht u van de recente hetze in veel media, waarin het probleem van femicide gepaard gaat met de onversneden profilering van een geslacht als hét probleem. Dat feministen, die dit mannenprobleem zo algemeen maken, in dezelfde adem de bescherming van mannen opzoeken, geeft mij het gevoel dat ook mijn goede "masculiene" daden er niet meer toe doen. Ja, dan wil je weleens wakker liggen met een hele primaire, haast jongensachtige wanhoopskreet: We zijn gewoon normale mannen. We zijn gewoon onschuldige mannen.

In 2015 ervoer ik voor het eerst dat je als eenvoudige burger het verschil kunt maken, door simpelweg te handelen naar eer en geweten. Door mijn tip zijn uiteindelijk verschillende partijen bij elkaar gekomen om strenger te kijken naar de regels omtrent het inzetten van kinderen in films en televisieseries. Het begon allemaal toen ik jaren geleden onbedoeld keek naar een aflevering van de Nederlandse politieserie Noord Zuid. De televisie had die dag in februari 2015 helemaal niet aan moeten staan. In die periode stond het apparaat vooral stof te vangen in mijn Haagse flat aan de rand van Wateringse Veld. Die dag was anders, omdat ik iemand te gast had en ik voorzag dat er stiltes zouden vallen. Om dat een beetje op te vullen, nam ik me voor om de televisie aan te zetten. Trauma En jawel, de stiltes vielen en mijn ogen dwaalden steeds vaker af naar de politieserie Noord Zuid. Ik had er nog nooit van gehoord, maar het schijnt destijds populair te zijn geweest. Er volgde een brute scene van een moeder die net wilde wegrijden met haar zoontje van hooguit drie achterin. Plots vloog de achterdeur open. Een drugscrimineel nam plaats naast het jochie, dat zichtbaar schrok van de agressie van de man. Ik dacht meteen aan de leeftijd van het jongetje. Hij kon toch onmogelijk begrijpen dat hij in een rollenspel verkeerde? De man bedreigde de moeder van achteren en toen ze niet meewerkte verschoof zijn focus volledig naar het kind, die hij begon los te maken uit zijn kinderstoel. Op dat moment sprong het afgrijzen letterlijk in het gezicht van het jongetje. Het was alsof we mee konden kijken hoe zijn korte leventje aan hem voorbijschoot. De man rukte het jongetje uit de stoel en stapte uit. Hij rende een stuk weg terwijl “moeder” er achteraan vloog. Met luid geschreeuw sommeerde hij haar nogmaals om mee te werken, terwijl zij aan het kind trok. Het was geen pop, waar ze aan stonden te sjorren. Het was nog steeds dat kleine mannetje uit de auto. De scene leek grotendeels in één take opgenomen. Toen de boef tot inkeer kwam en losliet, had de vrouw het kind weer in de armen. ‘Mama, mama!’ riep het jochie, op een manier die doet denken aan kinderen die vluchten voor bombardementen. Het kind riep om z’n echte moeder, terwijl deze vreemde vrouw hem probeerde te troosten. Behalve traumatisch moet dit ook ontzettend verwarrend zijn geweest voor het kleine ventje. Nog lang heb ik me afgevraagd of dit kind ooit nog onbekende mannen kon vertrouwen, of zonder paniek achterin een auto durft te zitten, wetende dat zijn moeder niet snel bij hem kan komen als er weer onverwacht iemand op de achterbank naast hem neerstrijkt. Actie! Ik vond dat ik iets moest doen. Maar wat? Ik besloot twee instanties aan te schrijven, een niet nader te noemen pedagogisch instituut en de Arbeidsinspectie. Dat bleken twee schoten in de roos. De Arbeidsinspectie bleek de plek waar vergunningen voor het werken met kinderen worden verstrekt. Aan de telefoon werd me verteld dat deze scene van Noord Zuid was afgewezen. Ze kregen een vergunning voor het werken met dit jongetje op basis van een nieuw script, waarin ze ‘er omheen zouden filmen’. Kennelijk had de regisseur op de dag van de opname alsnog het originele script gevolgd. Met dit vreselijke incident als gevolg. Het pedagogisch instituut reageerde enthousiast over de beelden, omdat het eigenlijk de perfecte casus was om te behandelen tijdens de bijeenkomsten met mensen van de media. Deze evenementen zaten al in de pijpleiding en gingen precies over de precaire positie van kinderen die meedraaien tijdens de opname van films en series. Door de positieve reacties van beide partijen, lag het voor de hand om ze met elkaar in contact te brengen en er zelf weer tussenuit te stappen. Daarna gebeurde er dingen die ik nooit voor mogelijk had gehouden. De Arbeidsinspectie SZW nam contact op met het pedagogisch instituut om te vertellen over het voornemen om onderzoek te doen en nieuwe beleidsregels op te stellen over de belastbaarheid van kinderen in relatie tot media. Het pedagogisch instituut zou gaan meewerken. Het zelfvertrouwen om te handelen Voor mij was dit een opsteker. In 2015 was ik nog altijd niet in staat geweest om mijn leven op de rails te krijgen. Maar door mijn bekering naar het christelijk geloof kwam ik drie jaar eerder wel op een pad richting zelfvertrouwen. Ik durfde te proberen en mezelf uit te dagen. Toen bleek dat ik niet nutteloos was en wel degelijk iets kon, groeide het geloof in mezelf. Maar pas bij deze casus kreeg ik rechtstreeks antwoord op de vraag of ik ooit van enige betekenis kon zijn, voor m’n medemens. Ja, het ging maar om een paar e-mails. Maar hoeveel mensen hebben die avond met mij naar Noord Zuid gekeken en dachten ‘ach, ze zullen wel weten wat ze doen bij de TV’? Hoeveel mensen dachten misschien dat een melding bij de Arbeidsinspectie niets zou veranderen? Maar het kan wel degelijk. Schiet gewoon en kijk wat er gebeurt als je het goede hebt gedaan door voor anderen op te komen. Beelden nog steeds openbaar Wat me verbaast is dat de beelden van die vreselijke scene nog altijd online te vinden zijn bij NPO Start. Als de televisiemakers gebruik hebben gemaakt van een script waar geen vergunning voor was afgegeven, moet de scene dan niet uit de aflevering worden gesloopt? Daar had men ruim 10 jaar de tijd voor, maar kennelijk voelde niemand zich ertoe geroepen. Dat terwijl ik weet dat ze op hun vingers zijn getikt door de Arbeidsinspectie. Voor het belang van de maatschappelijke discussie heb ik de beelden dan ook maar ook maar voor u beschikbaar gemaakt. U kunt rechtstreeks naar NPO Start om deze aflevering van Noord Zuid te bekijken. Als u doorspoelt naar 26 minuten en 42 seconden ziet u de bewuste scene. U kunt de scene ook meteen hieronder bekijken.

Op 8 december verscheen in NRC een opiniestuk van drie auteurs waarin werd opgeroepen om abortus snel uit het strafrecht te halen. Het stuk hangt samen van ongefundeerde claims, verdraaiingen en zelfs wantrouwen richting de “ware intenties” van ideologische tegenstanders. Voor een gezond maatschappelijk debat is het belangrijk dat de recente waterval van misinformatie uit het pro-keuze kamp een weerwoord krijgt. Door abortus steevast “zorg” te noemen, lijken Houwink ten Cate, Felix en Leusink hun publiek te willen meesleuren in het gewenste narratief. Maar abortus wordt niet voor niets al ruim veertig jaar geregeld in een aparte abortuswet en het wetboek van strafrecht, niet in het gezondheidsrecht. Dat het trio daar verandering in wil brengen, is helder. Maar het is misleidend om de lezer voor te houden dat je maar op één manier naar abortus kunt kijken. Natuurlijk is abortus gedeeltelijk zorg, doordat het een medische ingreep is. Maar het doel van abortus betreft het beëindigen van een menselijk leven en is daarom nooit officieel erkend als normaal medisch handelen. En dat is maar goed ook, want hoe rampzalig is het voor het morele kompas van een samenleving wanneer deze het beëindigen van een mensenleven als normaal gaat beschouwen? Gevaar voor vrouwen Het genoemde opiniestuk is onderdeel van de lobby die de huidige wetsconstructie onder abortus dreigt weg te trekken. Immers, als je het gewraakte artikel 296 uit het wetboek van strafrecht schrapt, schrap je vrijwel alle bescherming die vrouwen nu hebben tegen kwaadwillende mannen en kwakzalvers. In de handvol ernstige gevallen waarbij mannen hun vrouwen tot een abortus dwongen, waarbij één vrouw overleed , was het artikel 296 waarmee de strafmaat werd bepaald en niet het veel meer op bewijslast leunende artikel 82. Hoe help je vrouwen door deze wettelijke bescherming buiten hun bereik te plaatsen? Het ergste is dat vrouwen binnen de huidige wetsconstructie helemaal niet strafbaar zijn, hetgeen de claim van de betogers onzinnig maakt. Ik ken geen geval waarin een vrouw vanwege haar abortus is veroordeeld, laat staan met behulp van artikel 296. Dat kan ook niet, want de wetgever heeft eind jaren zeventig al aangegeven dat de huidige abortuswetconstructie ‘een einde maakt aan de strafbaarheid van de vrouw’.* Het lijkt de betogers niet te gaan om de bescherming van de vrouw maar om het vogelvrij maken van het ongeboren kind, aangezien het ongeboren leven zonder strafrechtelijke bescherming ook voorbij de 24-wekengrens weinig tot geen gerechtigheid krijgt na een vroegtijdige dood door abortus. Misinformatie Het stuk bevatte ook misinformatie over abortus zelf. Zo stelde men dat het aantal abortussen niet daalt na een verbod op de behandeling. Deze versimpeling van de realiteit zie ik overal opduiken en lijkt bedoeld om mensen te overtuigen van de “onzin” om te strijden tegen abortus. Je redt er immers geen ongeboren kinderen mee. Sterker nog, je maakt het onveiliger voor vrouwen, aldus de redenering. Men baseert zich hiervoor onder meer op studies van de WHO, maar die laten een belangrijk aspect weg: het aantal ongewenste zwangerschappen is doorgaans veel hoger in landen met abortusrestricties. Dat landen mét en zónder restricties vergelijkbare abortusaantallen kennen, betekent dat vrouwen in die eerste groep veel minder vaak hun ongewenste zwangerschap afbreken. Een verbod vermindert dus wel degelijk het aantal abortussen. En wanneer er kwalitatief goede spoed- en nazorg is, hoeft dit geen probleem te zijn voor de moedersterfte in die regio. Deze realiteit zorgde ervoor dat Diane Greene Foster, hoofdonderzoeker van de beroemde Turnaway Study, in 2018 opriep om dit argument achterwege te laten, omdat het de doelen van de pro-keuzebeweging zou schaden. Mij laat het vooral zien dat voorstanders van abortusrechten, ondanks ontelbare beschuldigingen aan het adres van prolife, dikwijls misinformatie verspreiden. Alles lijkt te moeten wijken voor het narratief dat de prolifebeweging stiekem niets geeft om ongeboren kinderen, aangezien hun beleid niet zou leiden tot meer leven maar minder. Daarom moet het ze wel gaan om het beheersen van de vrouw, zo concluderen ook deze drie auteurs. Wantrouwen Naast onethische wensen voor de Nederlandse wet en misinformatie, kenmerkte het schrijven zich door een ondertoon van aversie tegen mensen die de prolifebeweging vormen. Zo zou het trio de burger wel even vertellen wat de deze beweging motiveert, namelijk ‘vrouwen dwingen tot het uitdragen van een zwangerschap’. Het gaat prolife helemaal niet om het redden van baby’s, ben je mal. Daarom moeten ze de term “prolife” ook even vervangen voor een term die het trio beter geschikt acht. “Anti-keuze” zou een prima label zijn, want dat past beter bij de mening die zij hebben over de doelen van die beweging. Het moge duidelijk zijn dat het trio werkelijk alle waarheid in pacht heeft. Toch vergeten ze dat je om allerlei redenen tegen abortus kunt zijn. Zo waren het vooral communistische regimes die in het verleden een verbod op abortus instelden om demografische redenen die niets te maken hadden met enige waardering voor het ongeboren leven. Stalins abortusverbod is daar een voorbeeld van, maar ook het Roemenië van Ceaușescu wilde een stijging van de populatie en beperkte abortus om die reden. Ceaușescu zei zelfs dat de foetus eigendom is van de hele samenleving en dwong werkende vrouwen elke drie maanden tot lichamelijk onderzoek naar tekenen van zwangerschap. Dergelijke regimes zijn dan ook vooral geïnteresseerd in de groei van hun eigen volk en het liefst alleen de sterksten onder hen. Een dergelijke insteek kun je met recht “anti-abortus” noemen, maar het staat mijlenver af van Westerse prolife-organisaties die intrinsieke waarde zien in het ongeboren kind, ongeacht de afkomst, religie of nationaliteit van diens moeder. Het wordt tijd dat de beweging die zich labelt met de term “pro-keuze” (ik vraag dan altijd: welke keuze bedoel je?) uit haar bubbel komt en het gesprek aangaat met andersdenkenden. Alleen dan kan de Nederlandse burger een geïnformeerde keuze maken over het ingewikkelde morele dilemma dat ongewenste zwangerschap vormt. * Memorie van Toelichting Zitting 1978-1979 (15 475 – Regelen met betrekking tot het afbreken van zwangerschap (Wet afbreking zwangerschap)

Internationaal zijn er ontzettend veel goede mensen bezig met het bestrijden van meisjesbesnijdenis. Maar wat deze organisaties vaak in koor zingen, is dat het een culturele praktijk betreft die niets met de islam te maken heeft. Een theologische studie naar dit fenomeen wijst erop dat die duiding te kort door de bocht gaat. Toch ben ik er nog niet over uit of het slimmer is om mee te gaan met het islam-vriendelijke narratief. De islam is een ingewikkelde religie. Moslims volgen niet alleen "dat ene heilige boek", maar ook de gebruiken en voorschriften van de grondlegger van de religie, Muhammad. Wat hij verkondigde en ondernam, staat beschreven in ellenlange collecties van gezegdes (ahadith) en biografieën (sirat). Wie beweert dat meisjesbesnijdenis niet in de Koran voorkomt, maakt dan ook weinig indruk op mensen die de theologische bronnen van de islam kennen. Jongensbesnijdenis staat bijvoorbeeld ook niet in de Koran voorgeschreven. Toch zweert iedere moslim erbij dat dit een islamitische verplichting is. Maar waarom is dat zo? Uiteindelijk is besnijdenis een Sharia aangelegenheid. Knappe koppen binnen de islam vullen al vele eeuwen in wat de Sharia (simpelweg: de islamitische wet) allemaal moet aanbevelen en opleggen. Daar zijn meningsverschillen over, maar heel groot zijn die vaak niet als je kijkt naar de grootste islamitische stroming, het Soenisme. Daarin heb je vier geaccepteerde wetscholen (madhabs) die allemaal zijn terug te herleiden naar de tijd kort na de oprichting van de islam, te weten de Hanafi-, Hanbali-, Shafi- en Malikischool. Daarin kijken juristen vanuit hun traditionele denkstroming naar de wet. Maakt de leugen vrij? Van oudsher wordt er naar meisjesbesnijdenis gekeken als iets dat op z'n minst is aanbevolen. Volgens sommige geleerden (voornamelijk binnen de Shafi wetschool) is het zelfs verplicht. Dat is ook de reden waarom meisjesbesnijdenis zijn weg heeft gevonden naar Indonesië, dat ver weg van Afrika ligt. Het idee dat meisjesbesnijdenis een Afrikaanse culturele traditie is, dat niets met de islam te maken heeft, is dan ook een fabel. En wat mij betreft is het een kwalijke fabel, omdat het veronderstelt dat zoiets alleen kan komen uit het "barbaarse" Afrikaanse continent, waar toevallig een aantal moslimlanden liggen die hiermee zijn besmet. Zoals met meer onderwerpen is er ook grote terughoudendheid om de islam te beschuldigen van meisjesbesnijdenis. Maar de waarheid zal je vrijzetten, luidt het gezegde. Hoe zet je gemeenschappen vrij van meisjesbesnijdenis? Voor zover het een Afrikaanse culturele traditie is, moet je inderdaad zorgen dat je de mensen op andere gedachten brengt. Maar door te ontkennen dat het ook een praktijk is die de islam heeft omarmd, ontneem je mensen de kans om vrij te komen van de wortel van het probleem binnen hun gemeenschap. Cultuur vs Religie Veel Marokkanen en Turken vertellen mij echter dat de praktijk in hun landen niet voorkomt en dús niets met de islam te maken heeft. Deze conclusie kun je niet trekken. Anders zou alcohol ruimschoots worden toegestaan voor iedere moslim, omdat we in Turkije behoorlijk wat alcoholgebruik waarnemen. De ironie wil dat het juist een culturele traditie is dat meisjesbesnijdenis in bepaalde moslimlanden niet voorkomt. Maar om te weten wat de islam leert, kijken we niet in de vriendelijke ogen van onze Turkse buurvrouw. We moeten de boeken induiken en onze afwegingen maken. Ik zal de eerste zijn die toegeeft dat die "boeken" niet heel duidelijk zijn over meisjesbesnijdenis. Zo is er wel een hadith waarin staat dat de man en de vrouw zichzelf ritueel moeten reinigen nadat 'de besneden delen elkaar hebben geraakt'. In een andere hadith vertelt Muhammad dat de persoonlijke verzorging van een moslim bestaat uit vijf zaken, waaronder de besnijdenis. Omdat hierbij geen geslacht werd gespecificeerd, zijn veel geleerden er vanuit gegaan dat het geldt voor zowel de man als de vrouw. Dat één van die vijf zaken het trimmen van de snor betreft, is een zwak punt in die redenatie óf een belediging aan het adres van vrouwen in het huidige Soedi-Arabië, maar daar wil ik mijn vingers niet aan branden. Die twee ahadith hebben een zogenoemde 'sterke overlevering' waardoor ze als zeer betrouwbaar worden gezien. Maar je kunt dus twijfelen aan de interpretatie. Een andere hadith, met een zwakkere betrouwbaarheid, spreekt duidelijker over de noodzaak van meisjesbesnijdenis. In die overlevering zou Muhammad hebben gezegd dat de vrouwen voorzichtig moeten zijn wanneer ze de besnijdenis uitvoeren, want dat zou beter zijn voor de vrouw en prettiger voor de man. Het feit dat de vrouwen hier de handeling uitvoeren, zou erop wijzen dat het om meisjesbesnijdenis gaat. Een zwakkere betrouwbaarheid betekent overigens niet dat het als onwaar wordt beschouwd. Islamitische geleerden hechten juist grote waarde aan zulke teksten, die ze dan ook zorgvuldig verzamelen in hun collecties. Ze gaan er vaak in hoge mate vanuit dat een dergelijke uitspraak wel zo is gezegd, maar dat de bewijzen niet sterk genoeg zijn om een wet helemaal op dat gezegde te baseren. Je kunt je afvragen hoe interessant het is om als buitenstaander mee te wegen in deze interne discussie. Waar ik me vooral op concentreer is het feit dat de vier wetscholen zo ongeveer het hele bestaan van de islam deze praktijk in stand hebben gehouden, waardoor zelfs in Nederland moskeeën staan die opkomen voor de "noodzaak" om meisjes te besnijden. Reformatie? Is er ook nuance op dit punt? Jazeker. De Al Azr universiteit in Egypte zegt al een aantal jaren dat meisjesbesnijdenis niet bij de islam hoort. Ook valt het te begrijpen dat NGO's die meisjesbesnijdenis bestrijden bij hoog en bij laag beweren dat de praktijk niets met de islam te maken heeft. Hoe wil je anders binnenkomen in die lokale gemeenschappen? Hoe wil je mensen bereiken als je niet slechts één praktijk aanpakt maar de hele historische legitimiteit van hun geloof? Daarbij komt dat die gemeenschappen vaak zelf ervaren dat het een culturele praktijk is, zonder te beseffen dat de cultuur werd beïnvloed door de religie. Dat is enigszins vergelijkbaar met ons Westers uitgangspunt van monogamie in het huwelijk, zonder te beseffen dat dit christelijke wortels heeft. Ook moet gezegd worden dat er volgens de islamitische wetscholen wordt gewezen op de lichtste vorm van meisjesbesnijdenis. De WHO noemt deze vorm de type I besnijdenis. Hierbij wordt "slechts" een stukje voorhuid van de clitoris verwijderd, terwijl types II, III en IV verwijzen naar het verwijderen van zelfs de gehele schaamlippen. Dit laatste komt ook veel voor in de islamitische wereld, maar vindt zijn wortels niet per se in de islam als het gaat om de uitvoering. Dilemma Ik zit dus met een dubbel gevoel. Hoe meer moslims gaan geloven dat meisjesbesnijdenis niets met de islam te maken heeft, hoe minder meisjes deze tragedie zal overkomen, zou je zeggen. Aan de andere kant kun je je afvragen of dit op de lange termijn helpt, aangezien je de wortel van het probleem niet aanpakt. Want als de NGO's weer wegrijden en men zich weer verdiept in het geloof waar ze nog steeds veel vertrouwen in hebben, komen ze de ahadith en de shariabepalingen weer tegen. En dan zullen nieuwe imams en nieuwe vroedvrouwen mogelijk weer opstaan om gewoon weer te wijzen op het "belang" van meisjesbesnijdenis. Want wat Muhammad deed en voorschreef, kan nooit verkeerd zijn, aldus het islamitisch uitgangspunt. Laten we de vergelijking eens trekken met slavernij. Met veel pijn en moeite werd deze praktijk bijna geheel uitgebannen binnen de islamitische wereld. Veel van die moeite kwam uit het Westen, want de islamitische wereld had geen duidelijke afschaffingsbeweging. Immers, Muhammad had slaven, dus hoe kan zoiets verkeerd zijn? Toch is het grotendeels gelukt en roepen moslims veelal in koor dat slavernij niets met de islam te maken heeft. Maar de boeken waarin staat dat Muhammad die slaven eigenhandig inlijfde, net als alle generaties na hem, bleven in de schappen staan. Om die reden zien we bij iedere nieuwe jihad en iedere nieuwe oprichting van een kalifaat hetzelfde: de herinvoering van slavernij door mensen die opnieuw de Koran en de hadith zijn gaan lezen en tot geen andere conclusie konden komen dan het voorschrift om de omliggende volkeren te veroveren en hun mensen tot slaaf of derderangsburger te maken. Daarom vrees ik voor hetzelfde bij meisjesbesnijdenis: een hoop geld en moeite kan ervoor zorgen dat de islamitische wereld meisjesbesnijdenis tijdelijk vergeet. Maar omdat het in de boeken blijft staan van de religie die men aanhangt, loert het opduiken van zo'n traditie achter iedere hoek.